Dinsdag 9 augustus

Zo gaar als dat wij ooit waren geweest kwamen wij aan op Holyhead. Voordat wij weer de weg op konden en onze achterbrug wéér aan diggelen hielpen moesten wij nog even door de douane heen. We reden door de loods heen waar een douanier vroeg “Can ya pull over right here on tha left?”
Clint was echter nog meer gebroken dan een Fyra toestel en zonder dat hij ook maar iets in de gaten had bleef hij doorpruttellen wat resulteerde in 3 douaniers die “Oi! stop dah car!” in koor riepen terwijl ze achter ons aan rende, en een bijrijder die paniekerig naar hem begon te seinen dat hij als de wiederweer die wagen moest stilzetten wat hij gelukkig tot zijn schrik uiteindelijk ook deed.

Ze deden gelukkig niet moeilijk maar wilden nog wel even de kofferbak controleren. De klep ging open, een volgepropte puinhoop werd waargenomen en de klep mocht gauw weer dicht. Met een complimentje in de zak over wat voor’n mooie Trabant wij hadden reden wij weer verder.

Op onze laatste mentale dampen reden wij door Wales heen waar wij een wildcamping zagen liggen. Het hek stond open dus wij konden er zo op rijden.

We waren kapot dus wij gingen de volgende dag wel uitzoeken aan wie wij geld moesten betalen. Dat was echter niet nodig, want de boer was toevallig het toiletgebouw aan het schoonmaken en kwam met een kladblokje onze kant op.
Kosten voor een anderhalve nacht voor twee personen? €12,- in totaal.
Daarvoor had je serieus één van de netste sanitair gebouwen ooit tot je beschikking.

Locatie van de camping

Na een paar uurtjes geslapen te hebben waren we weer enigszins te genieten. Voor ons idee was het intussen al het einde van de middag. Echter was het nog niet eens 11 uur.

Afijn, het weer daar was echt kansloos. Het ene kwartier zat je in een regenbui, het andere kwartier had je zon. Dan waaide het hard, dan was er weer niks. Zelfs Vietnam heeft nog een stabieler klimaat. Hell, het zou mij niets verbazen als wij ook nog radioactieve stormen over ons heen hebben gekregen.

Dit wispelturige klimaat vereist natuurlijk een goede schuilplaats. Dus, aanschouw hier de enige echte kamp Daffodil’s makeshift tent:

Met zorgvuldig gebruik van elementen die rechtstreeks uit de natuur komen:

Heel erg lang genieten zat er helaas niet in. Want wij kwamen op het snuggere idee om een portable kampvuur te maken. Een pan gevuld met takjes en andere brandbare rotzooi.

Daar kwam toch een geur van af zetten! Oijoijoi. Te walgelijk voor woorden. Die geur trok ook meteen in alles er omheen dus ondanks dat wij het direct weer hadden geblust en weggegooid, bleef die lucht de hele dag nog hangen. Als ik er alleen al aan denk dan ruik ik het weer. Getver.

Wij waren voor boodschappen nog even bij een nabijgelegen dorpje geweest waarvan we het idee hadden dat er een bedevaarts oort o.i.d. in de buurt lag. We hebben tientallen touringcars gevuld met ouderen zien komen en gaan. Maar er was helemaal niets te zien! Oké, er lag een oud stationetje met een restauratiewagon als restaurant waar Clint een lading koffiemelk over zich heen kreeg, maar dat was het.

Wij waren er ook heilig van overtuigd dat die Walesenaren (of hoe die mensen daar ook heten) een loopje zitten te nemen met de toeristen. Ik bedoel, kijk dan!

Nooit geweten dat je iemand kan vragen of hij een ticket heeft, door zijn hoofd meermaals op een toetsenbord te rammen.

Eenmaal terug bij kamp Daffodil was de grond zo nat alsof de nabijgelegen rivier uit de oevers was getreden. Het was nou ook niet bepaald warm dus mijn natte tenen konden amper drogen. Maar! ik had een idee.

Gewoon twee boterhamzakjes over de neuzen van mijn schoenen met ducttape vastbinden. Het werkte perfect. Geen natte en koude tenen meer!

Woensdag 10 augustus

Vandaag was het weer iets aangenamer. Voor Clint was het een goed moment om de achterbrug en vario te inspecteren op schade van die rot drempel. Maar waar moet je heen als er nergens een autobrug te vinden is? Nou, simpel, gewoon de auto in de berm gooien:

Vreemd genoeg was er niks raars te zien. Nergens een scheur o.i.d. terwijl wij toch weer een raar geluid konden horen. Dit maal kozen wij er voor om het toch maar aan te zien totdat wij weer terug in Nederland waren.

Terwijl hij bezig was met zijn inspectie heb ik even een romantische wandeling met mijzelf langs de oever gemaakt.


Oké dat laatste stukje zag ik alleen in mijn gedachten.

Met Clint’s zegel van goedkeuring op de wagen konden wij onze reis weer vervolgen, opweg naar Liverpool!
Hier wilden wij het voormalige kantoor van de White Star Line bekijken.

Maar, nog voor het zover was hadden wij eerst nog even met iets anders te maken:

De Daf is zojuist voor de 2e keer vers bij de dealer vandaan gerold.

Met 99981 op de teller moesten wij nog op zoek gaan naar feestversiering voor deze gelegenheid. Eén supermarkt had toevallig nog een paar dingetjes liggen waaronder nog één setje feesttoeters. Zoals je kan horen zijn dit de meest waardeloze toeters die wij ooit hebben gezien. Er was amper geluid uit te krijgen uit die dingen. Zelfs een Boeing 747 heeft niet genoeg luchtverplaatsing om er nog wat van te maken.
Ik dacht zelf dus maar 3 toeters tegelijk te blazen uit hoop dat het gecombineerde geluid nog een beetje een effect zou geven. Echter was het enige effect een zooi sterretjes die ik voor mijn ogen zag langs zweven door een gebrek aan zuurstof.

Maargoed, een aantal kilometers verder kwamen wij aan in Liverpool. De thuishaven van de Titanic, ondanks dat die schuit hier nog nooit heeft aangemeerd. Van veel mensen hoorden wij vooraf dat Liverpool maar een saaie grauwige stad is. Echter niets is minder waar. Oké, door de regen was alles grauwig, maar de stad zelf was vrij indrukwekkend qua oude architectuur.

Na 2 keer mis te zijn gereden was onze bestemming toch eindelijk in zicht:

Taadaa:

Hier snapte wij ook ineens waarom de White Star Line uiteindelijk failliet is gegaan. Want tegenover dit pand staat hun concurrent; Cunard.

Eén van de weinige trans-Atlantische passagiers rederijen die nog bestaat met schepen zoals de Queen Mary 2.

Anyway, wij kwamen niet voor hun.
Bij binnenkomst in het WSL gebouw zag het er netjes uit.

Het pand is blijkbaar omgebouwd tot een hotel. Maar het personeel was vriendelijk genoeg om ons toe te laten in het gebouw om foto’s te maken.
De hoofdzaal beneden was weer tot volle glorie hersteld.

Nu waren wij toch best benieuwd naar de rest van het hotel. Hoe zou het er uit zien? Zij adverteren zichzelf immers als de thuisplaats van de Titanic en de architect heeft zelf verkondigd de stijl van het schip als inspiratie te hebben gebruikt. Dus wij konden alleen maar hopen dat er een replica interieur van de Titanic zou zijn aangelegd. Dat er voor het idee zo uit zag:

Maar dit troffen wij aan achter de deur vanuit het trappenhuis:

En een paar verdiepingen hoger dit:

Wij hebben ieders een half uur uit het raam zitten staren terwijl er langzaam een traantje langs onze wang naar beneden liep. Er zijn niet genoeg woorden om te kunnen omschrijven hoe ontzettend raar dit interieur is. Alsof de ontwerper geen zin had om verder te kijken dan de eerste afbeelding op Google Images en dat als referentie gebruikte terwijl hij door een donkere fase van zijn leven ging. En zelfs dan nog vind je beelden die meer lijken op het schip dan DIT. Het zag er uit als een plek waar vrouwen genaamd “Candy” en “Sexygirl888″ bepaalde diensten zouden verstrekken.

Het was maar weer tijd om verder te gaan.
Dit was onze laatste Titanic bestemming, dus wij konden nu weer langzaam terug gaan rijden naar Harwich.

Bij het verlaten van Liverpool begon het toch ineens een partij te hozen! In Manchester was het één en al file. Uitgerekend midden in een drukke straat viel de Daf stil en bleef het startrelais vastzitten. Terwijl de halve oceaan over ons heen kieperde kon ik de auto uit om ergens uit de kofferbak een hamer te vissen, en daarmee vervolgens een tik op het relais te geven terwijl Clint de sleutel omdraaide. Godzijdank wou hij weer starten, maar ik hoefde voorlopig niet meer te douchen.

Na een lange rit kwamen wij in de buurt van onze volgende verblijfplaats, een Youth Hostel genaamd ”YHA Ravenstor”

Dit lag midden in de bossen waar het pikke donker was. Het leek de perfecte setup voor een cliché horror film met kannibalen ofzo. Het enige licht op de parkeerplaats dat ook nog knipperde, hielp ook niet mee.

Eenmaal binnen was er gelukkig genoeg leven in de brouwerij. Clint ging meteen pitten en ik bleef nog even na kletsen met een paar andere mensen.
Wij werden in een gedeelde dorm room gestopt waar een aantal andere reizigers lagen te pitten. Dit was op zich prima. Ware het niet dat die tent niet bepaald goed ingericht is om anderen niet te storen wanneer je tijdens hun nachtrust binnen komt. De pratende versie van mij legt het even uit:

Maar voor de rest zag het er wel leuk uit.

Donderdag 11 augustus

Beneden was een open keuken met meerdere gasstellen. Dus als je zelf iets bij je had, dan kon je het hier klaarmaken. Ideaal!

Het restaurant was intussen allang leeg omdat wij niet bepaald vroege vogels zijn, maar dat was wel handig omdat wij tijdens het eten daar onze elektrische prularia konden opladen.

Na het eten ging ik nog even naar de toilet om te faxen met darmstadt. Na een kwartier daar gezeten te hebben, kwam ik er uit om tot mijn verbazing te zien dat de hele keet was uitgestorven. Er was niemand in de gangen, niemand achter de balie, niemand buiten, niemand in de keuken, zelfs Clint was ineens verdwenen uit het restaurant.
Zo te zien was het cliché horrorverhaal begonnen. Maar het kwam al snel ten einde, want Clint had zichzelf intussen verhuisd naar de uitgestorven lounge om daar Titanic te gaan kijken. Oja, wij hebben de hele reis een dvd van Titanic zitten meezeulen. Althans, dat heeft hij gedaan.

Vandaag gingen wij opweg naar onze eindbestemming, kamperen ergens in de buurt van Harwich.
Binnenkort het laatste deel van Een Daf te Ver. Tot dan!

Zelf iets toe te voegen aan mijn verhaal? Laat het weten!
sdfsdfsdfsdfsfdgdfgdfgdfg