De halve wereld verklaard je voor gek, en als je de enge verhalen rond oldtimers zou geloven die variëren van loslatende wielen tot een wegligging vergelijkbaar met een schnitzel in Blueband braadolie, dan zou niemand het in zijn hoofd halen.

Maar jawel, ik en m’n maat zijn dwars door het verenigd koninkrijk en Ierland heen geprutteld met een Daf.
De enkeling die mijn reparatieverslag volgt zou wellicht verwachten dat we met m’n bruine trommel zijn gegaan, maar nee. We hebben de “Gedaffodiliriseerde” 33 van m’n maat gebruikt. Nog primitiever, nog kleiner, nog lawaaieriger, nog gebeunder…als dat een woord is… en bovenal nog ellendiger.
Als dat van mij een trommel te noemen is, mag die van hem als Noodle verpakking worden bestempeld. Maar hij heeft wel karakter.

En welke rit hebben we gereden?
Deze:

Volgens Google Maps 1800 kilometer, echter hebben wij zo vaak verkeerd gereden dat de kilometerteller 2400 aangaf.

Dan luidt de vraag: Waarom in hemelnaam?

Tja, waarom niet? We hebben de tijd, we hebben het geld, we hebben nog de leeftijd waarop we van alles kunnen, en meest belangrijke, omdat we er gewoon simpelweg zin in hadden.

Bovendien zijn we naast 2 Daf idioten ook 2 Titanic idioten. Ik heb een Titanic 44 en hij een 3…. nee dat kan niet. Dus we hebben eindelijk eens onze “Titanic Tour” gedaan door wat gerelateerde locaties te bezichtigen waaronder het White Swan Hotel in Alnwick waarvan het interieur deels is bekleed met origineel houtwerk van Titanic’s zusterschip de Olympic, het Titanic HQ museum in Belfast op de plek waar deze zuipschuit in elkaar geknutseld is en in Liverpool waar het voormalig kantoor van de White Star Line staat, dat nu is omgebouwd tot een Hotel… En wat voor één… Daarover later meer.

En waarom geen Southampton? (voor de luitjes onder ons die de film nog nooit hebben gezien (lees: onder een steen hebben gelegen) en bij de geschiedenisles niet hebben opgelet, dat was de vertrekhaven van de schuit)
Nou, die glorieuze kade is niets meer van over en je komt nog geen 500 meter in de buurt van het vertrekpunt omdat het nu dagelijks wordt gebruikt door vrachtverkeer. Jammerdepammer, daar gaan wij niet voor omrijden.

Goed. Tot zover de introductie, zet een pot koffie, trek een doos Verkade open en lees lekker verder tot je ogen pijn doen en de stoel niet meer lekker begint te zitten. Of bel Morgan Freeman op om te vragen of hij het kan voorlezen. Klinkt ook meteen wat plezanter.

Om te beginnen even een korte opsomming van mijn ondervindingen in het ooit machtigste land ter wereld;
  • De radiozenders zijn écht, maar dan ook écht geen bal aan. Zonder gekheid of overdrijven, je mag blij zijn als je ook maar één zender op de FM frequentie kan vinden die meer dan 3 liedjes in het uur draait en er niet iemand telkens doorheen staat te lullen over dat Mrs. Bucket een nieuw doosje Earl Grey gekocht heeft voor 10 pence.
  • Rotondes hebben daar geen belijning, aan de oostkust in elk geval niet, en aan de westkant hebben ze veel te veel stoplichten. Het is net alsof Engeland 1 miljoen stoplichten en een liter straatverf te spenderen had en ze bij Liverpool zijn begonnen, daar helemaal uit hun dak zijn gegaan en vervolgens niets meer overhielden tegen de tijd dat ze bij Manchester aankwamen.
  • De wegen zijn bezaaid met roadkill. Je draait de snelweg nog niet op of er ligt ergens alweer een één of andere dooie das, wasbeer, konijn, egel, terrorist, kameel of kiwi langs te weg aan te koeken op het asfalt.
  • De radiozenders zuigen.
  • Er zitten soms putten in de weg, je bent gewoon bang dat als je erin valt dat je ergens bij Peking weer uit de grond komt zetten. Scheelt een hoop kilometers, dat wel.
  • Ze eten ook echt daadwerkelijk witte bonen in tomatensaus met kleverige worstjes en gemolesteerde eieren. In de Lidl vind je gewoon een twee meter schap vol met dat spul alsof het bier is. Zal me overigens niks verbazen als die Britten die bonen ook opdrinken bij het ontbijt. Maar een lekker ontbijt dat het is, oejoejoei ik denk dat ik maar een Brit wordt. Waarom wist ik dit niet eerder?
  • Er bestaat een plek op aarde waar het weer nog verschrikkelijker is dan in Nederland. Hoe is het mogelijk. Arme mensen.
  • Harwich is op meer manieren uit te spreken dan dat de naam uit letters bestaat.
  • In het oosten worden oldtimers compleet genegeerd. Je ziet amper mensen op of om kijken als we door de straat rijden, en in het westen ziet iedereen je door dichte mist en wordt je voortdurend gecomplimenteerd op wat voor’n mooie Trabant het is. uhu.
  • Maar, ondanks hun X-Ray Oldtimer Vision vind je daar echt ontiegelijk veel Volkswagen T1, T2 & T3 busjes. Het slaat echt nergens op. Minstens 4 kom je op 1 dag tegen.
  • Ze hebben overal Guinness, dus als iemand mij tijdens de post-apocalyps zoekt, je weet waar ik ongeveer ergens ben.
  • En de radiozenders zuigen.

Ok genoeg, daar gaat ie.
Zaterdag 30 juli
Wat doe je de dag voordat je 2 weken met iemand opgescheept zit? Juist, nog meer tijd met die gene doorbrengen. De hele dag ben ik met m’n maat genaamd Clint bezig geweest om boodschappen in te slaan en mijn bruine trommel naar Fred te brengen voor 2 weken veilige stalling. Voor €17,50 kon ik rustig naar bed wetende dat er geen Adidas vertegenwoordigers en Roadkill-in-de-nek-dragende luitjes mijn wagen zouden vandaliseren. Ik had namelijk genoeg andere dingen om wakker van te liggen want we waren namelijk van plan om her en der te gaan wildkamperen. Daarover later meer.

Overdag hebben wij de meeste zooi zoals onze prachtig plopbare Tornado tentjes, klapstoeltjes, tafels en andere campingprul in de auto gestopt. Paste perfect. En toen bedachten wij ons dat er ook nog 2 tassen kleding, 2 rugzakken en een lading eten mee moesten. Ach we zien morgen wel. Uit veiligheid hebben we de Daf nog even in een afgesloten parkeergarage gestald waar deze veilig stond van het PR team van Nike en Adidas.

Die avond zaten wij ons te bezatten (want dat is wat je doet als je de volgende ochtend vroeg op moet) en ‘s werelds meest verpauperde kaart in elkaar te zetten waarop wij onze route hadden uitgestippeld. Die biertjes smaken goed als je weet dat je met je maat meerijd, totdat je beseft dat je had afgesproken dat je ‘s ochtends zelf achter het stuur zou kruipen om naar de boot te rijden.

Zondag 31 juli
De boot vertrok op een gunstig tijdstip, ergens rond 2 uur in de middag. Dus we hoefde niet op een één of ander arbitrair tijdstip uit bed te komen. Ik had niet eens een kater dus hoe mooi kon de vakantie beginnen? Tijd om mijn kleding maar eens in te pakken.
Ik weet niet wat dat is met mij. Wanneer ik op vakantie ga kan ik nooit ver van tevoren tassen inpakken. Ik doe dit altijd op de dag van vertrek of de avond ervoor (als ik een vlucht moet halen om 6 uur ofzo), en het gekke is dat het mij totaal geen stress geeft en ik geeneens iets vergeet. Ik klop van geen kant in de bovenkamer.

Anyway, bepakt en bezakt kwam ik bij m’n maat aan die de koekdoos al had opgehaald uit de garage. Laatste spullen er in en off we go!

De rit naar de boot verliep rustig al moest ik wel even wennen aan het rijgedrag van dit soepblik, want schijnbaar als je spontaan gas terugneemt begint de auto te slingeren als een vruchtbare prostituee op een maandag ochtend door afwezigheid van een differentieel. De twee variobanden gaan dan onafhankelijk van elkaar snelheid verminderen. Dus je kan snappen dat ik mij de leplazarus schrok toen ik door een windstoot op de snelweg vaart wou minderen en die hele auto ineens de Schonen Blauen Donau begon the Walzen.

Ach, we kwamen levend aan.

We hadden alle vaarten bij Stena Line geboekt dus Hoek van Holland was onze bestemming. De vaart verliep enorm rustig. Helaas. Ik betaal voor de zee dus dan wil ik die ervaren ook. Schommelen met die hap! Beaufort 12!
Ach, we hadden in elk geval een mooi plekje vooraan. Hier deed ik ook een interessante ontdekking.
Er zijn blijkbaar mensen, en niet een paar ook, echt BIJZONDER veel mensen die met man en macht en plekje bij het raam moeten claimen, om vervolgens van begin tot eind de hele rit te gaan zitten SLAPEN! WAAROM MOET JE DAN VERDULLEME BIJ EEN UITZICHTSPLEK GAAN ZITTEN STELLETJE HALFGARE!? Serieus ik snap dat echt niet. Ik heb zelfs gehad dat -ondanks wij bij het raam zaten- mensen alsnog een stoel voor ons uitzicht neerzette en daar vervolgens gingen liggen pitten. Opgehoepeld jullie! Ik wil de zee zien niet een vieze zweetnek met genoeg nat oppervlak om in te kunnen varen.
Echt waar, er was iemand voor mij gaan zitten waarvan de enige reden die ik kan bedenken is omdat de kapitein ballast in het voorschip nodig had. Het is niet alsof er niet genoeg stoelen en bankjes aan boord zijn. Dat halve ding is een varend Leen Bakker. Anders is er in de dubbele bodem ook vast nog wel plaats.

Afijn, na een aantal uurtjes op zee gezeten te hebben waar ik mij bezat heb met een alternatief op Guinness (m’n maat ging rijden dus ik moest voor hem drinken) en we ons beiden hebben volgepropt met eten kwamen we aan in de haven van Harwich,
Ik was zelf nog nooit in Engeland geweest, dus bij het zien van deze typisch Britse huisjes klonk er gelijk een stem in mijn hoofd die vertolkte “Brandon and Amy are looking for a fine cottage…” en verwachtte dat er spontaan een presentatrice van een huizen programma om de hoek zou komen aanlopen met een budgetbespreking.

De boot meerde zonder rampen aan en binnen een paar tellen raakte de wielen van de Daf Engelse bodem. Niet veel langer erna raakte ook de trekhaak, bumper en benzine tank Engelse bodem door een gigantisch hoge drempel die in het douane gebouw geplaatst was. Het sloeg werkelijk waar nergens op want wij zagen die drempel duidelijk zitten (was immers geel geschilderd) en gingen er stapvoets overheen. Ondanks die voorzichtigheid klonk er een gigantische knal wat volgde met een stoot door de wagen toen de achterwielen er overheen gingen. Je kan alles van een Daf zeggen, maar bepaald laag op het wegdek liggen ze zeker niet. Dus als een Daf al zo’n enorme klap maakt, wat moet er wel niet gebeuren met moderne auto’s? o_O

Zoals wij meteen vreesde klonk er vanaf dat moment een trillend/ratelend geluid van achteren iedere keer wanneer er gas werd afgenomen. Alsof er een onderdeel aanliep. Zo op het oog was er niets te zien, maar als je je kop uit het raam hing kon je ook horen dat er een rem aanliep. Tja, het was al laat dus we reden toch maar door.

We kwamen in een stad genaamd Colchester. Het werd intussen al vrij donker en we waren compleet gedesoriënteerd omdat onze wegenkaart niet zo gedetailleerd bleek als dat wij dachten. We reden ook nog eens aan de verkeerde kant van de weg dus voor ons gevoel lag het noorden waar het zuiden lag.
Toen we voor de 6e keer linksaf waren gereden waren we toch maar even gestopt om de weg te vragen. We kwamen uit in een vage woonwijk waar geen levende ziel te vinden was. Ach, er branden daar wat lampen in die huizen dus laten we maar even aanbellen om naar de weg te vragen want we wouden richting Ipswich gaan.
We belde aan… Geen gehoor. Nog een keer… geen gehoor. Ok, dan probeer ik wel een paar huizen verder aan te bellen.
*Ding Dong*… Geen gehoor. Nog een keer… Hey, er was gehoor, maar niet aan mijn deur, maar bij Clint. Heel voorzichtig ging er op een kiertje een deur open waar een oud vrouwtje doorheen gluurde. Ze verstond geen bal van wat m’n maat vroeg en keek hem maar angstig aan. Ze zal wel gedacht hebben dat wij Jehova’s waren ofzo.
Terwijl ik naar m’n maat liep ging ook ineens de deur open waar ik aanbelde.
Dan denk je dat je genoeg op een avond gezien hebt. Maar nee. Achter die deur verscheen een naakte oude man die een melk-transparant douchegordijn om zich heen had gewikkeld. Hij keek mij aan met een blik alsof hij de Duitsers achter mij zag komen aanvliegen. Ik vroeg hem netjes welke richting Ipswich op lag, maar hij bleef mij met een thousand-yard-stare aankijken terwijl hij nee-schuddend de deur heeeeeeeel zachtjes weer dichtdeed.
Mijn eerste contact met een Brit in het Verenigd Koninkrijk, en het is een naakte vent met een douchegordijn.

Dit schoot niet op dus we reden maar weer verder. Bij het verlaten van de buurt zagen we ineens een groot bord wat aangaf dat dit een community was voor mensen die psychisch niet meer in orde zijn….
Van die duizenden straten in Colchester waar wij in konden rijden, komen wij uitgerekend hier terecht.
Uiteindelijk wist een vriendelijke dame ons wel de weg te wijzen. Maar het was alsnog even gokken. Want het gesprek ging ongeveer zo:
“Excuse me miss, we’re kind of lost and we’re trying to find our way to Ipswich. Could you point us to the right direction?”
“OhwsureladsyajusttaakedemrundaboutandgeustreughtlefteundonyerroightsoidetharsdamainreudthatgeustoIpswic”
“Thank you ma’m…….
Wacht…. wat?…”

Eenmaal op de weg naar Ipswich konden we eindelijk onze route volgen ergens richting Bury St. Edmunds waar wij wouden gaan wildkamperen. Het was intussen half 11 en dit was ons uitzicht op de weg:

We sloegen op ten duur ergens af op een weiland. Het was daar zo ontiegelijk donker, dat we binnenin met de noodverlichting een interieurlamp hebben gemaakt, en omdat er zo bar weinig licht uit de koplampen van een Daf komt, heb ik met een zaklamp moeten bijschijnen terwijl ik mijn arm uit het raam hield.

Het leken de Amsterdamse Wallen op wielen wel.
Het terrein was zo oneven, dat ik was uitgestapt om voor de auto uit te lopen en met de zaklamp diepe putten kon aanwijzen.

Op ten duur zagen we in de bosrand een gat zitten. Clint wou meteen daar gaan kamperen. Nou, eerst even kijken vriend.
In dat gat was een plaats van ongeveer 10 bij 10 meter. Bezaaid met wat oude meuk zoals een jerrycan en andere troep. Toen er iets leek te lopen was ik er gelijk klaar mee. “No,fu©king,way”

Uiteindelijk vonden wij een ruim veld in een nis dat was omheind door bossen. Clint wou uiteraard strak tegen de bosrand aan kamperen terwijl ik dan liever midden op een veld sta. Blijkbaar zijn er gewoon twee soorten mensen wat dat betreft. Zijn reden is dat je zo niet opvalt voor andere mensen. Mijn reden is dat je zo ten minste overzicht hebt op wat er rondom gebeurt.

Goed, we stapte uit, en dit is wat we zagen:

Zwarte materie bestaat. Je vind het op het Engelse platte land.
Slechts een foto met een sluitertijd van een paar minuten gaf een beeld waar je iets op kon indentificeren.

Ach, ‘t zal wel goed gaan. Dus hier hebben wij ons eerste kamp opgezet:

Kamp Daffodil, bestaande uit twee ploptentjes, stoelen, tafels, zooi op de tafels en een radio op het dak van de Daf. Mijn tent heb ik naast de Daf gezet, want als er ‘s avonds ineens een grizzlybeer tevoorschijn komt, dan wordt Clint als eerste aangevallen en opgevreten omdat hij verder in het open ligt.
Zo, nu alles stond was het tijd voor Guinness! En een vliegenmepper omdat op het platte land meer dan een miljard vliegen per vierkante meter rondvliegen.

Natuurlijk hebben wij nog even onze vieze overbelichte 90’s foto met de broek in de sokken gemaakt:

Maar. Kennelijk spookte het daar. Want op deze foto die “zomaar” van ons is gemaakt waarop wij allebei ongemakkelijk kijken lijkt het dat wij een geest hebben waargenomen:

Deze geest lijkt iets te willen communiceren d.m.v. een handgebaar. Ik weet alleen niet wat. hmm…

Toen ons bier op was gingen we pitten. We waren allebei dood op.

Je zou denken dat slapen geen kunst is. Maar ik heb die nacht geen oog dicht gedaan. Ik heb namelijk nog nooit wild gekampeerd. Dus die hufter van een brein in mijn kop bleef me teisteren met gedachten als “Hey Robin, zie je die boomgrens daar? Daar kan een maniak met een hakbijl zitten, die vanavond jullie…. voorraad Guinness meeneemt”
Die gedachten an zich waren al storend. Maar dat waren slechts gedachten. Toen ik eindelijk in slaap viel klonk er toch ineens een partij gejank uit die struiken. Alsof er een ziek dier werd ontleed. Zelfs m’n maat werd er enigszins ongemakkelijk van. Dus we schenen even met de zaklamp naar die bomen toe waar niks te zien was (natuurlijk niet). Toen het geluid weer klonk gaven we een tegengeluid. We brulde allebei zo hard dat 2 kilometer verderop andere wildkampeerders daardoor de hele nacht wakker hebben gelegen. Het was even stil, maar een kwartier later klonk het gewoon weer en ik kon er geen oog door dichtdoen.

Het deed me namelijk denken aan een nogal macaber verhaal dat iemand online eens vertelde over dat hij was wezen wildkamperen in Engeland met een groepje en zij ‘s avonds jankerige geluiden uit het nabijgelegen bos hoorden, precies omschreven als wat wij hoorden. De volgende ochtend nadat zij gingen kijken bleken er een paar dooie honden aan een boom te zijn opgeknoopt. De bijbehorende foto’s wis je niet snel uit je netvlies, dus je kan je voorstellen dat ik als een ultrasoonreiniger lag te trillen in die tent. Mijn gehoor zo scherp, ik heb er alvast het brood mee zitten snijden voor de volgende ochtend.
Maar dat was nog niet het erge.
Ik was zo slim geweest om een liter Guinness te nuttigen voordat ik ging pitten. En rara welk orgaan er intussen klaar was met arbeid… Precies, de blaas. Ik moest zeiken. En nodig ook. Ik heb het een half uur volgehouden door wanhopig heen en weer te wiebelen uit hoop dat zo de drang minder werd, maar dat werd het niet.
Ik moest dus de tent uit. In de gitzwarte nacht, naast een bos vol ellende.
Heeeeel stilletjes deed ik de rits van de tent open en gluurde ik naar buiten. Warempel, ik kon een stuk meer zien. De boomgrens was helder, maar alsnog pikzwart. Gewapend met een bandenlegger ging ik de tent uit.
Het kon mij niet schelen, ik ben naast mijn tent gaan staan en heb daar het bielswater overboord gepompt. No way dat ik naar die bomen zou lopen. Tijdens het aftikken had het maar een enkele joel van een nichterige bosuil nodig om mij met Mach 4 terug de tent in te laten schieten. Gauw die rits dicht en een knoop in het touwtje!
De bandenlegger heb ik gezellig de hele avond lepeltje-lepeltje mee gelegen terwijl ik in één schoen een mes had neergelegd en in de ander een busje pepperspray. Voordat ik mijn ogen dichtdeed heb ik nog even het spontaan-moeten-grijpen-naar-de-wapens ritueel geoefend.
Clint lag ondertussen allang in een diepe coma en was al met de volgende dag bezig.
Ik kon nog geen uur stil blijven liggen of een bepaald orgaan begon ineens spontaan over uren te draaien. Ik moest alweer zeiken. En daarna nog eens. EN DAARNA NOG EENS! Blijkbaar kan je werkelijk in je broek pissen uit angst. Ik weet niet waar al dit vocht vandaan moest komen, maar ik heb zoveel zitten lozen dat er nu een nieuw kanaal op de kaart staat aangegeven. De Britten hebben hem “Robin est ignavus” genoemd. Het klinkt sjiek dus ik vind het mooi.

Maandag 1 Augustus

Na een ontzettend lange nacht kwam de zon eindelijk op,
Toen het eenmaal weer licht was, was het ineens zo eng niet meer:

Het enige wat ik miste was het Windows XP opstart geluid.

Clint begon alvast aan het ontbijt:

Bonen, met worst en eieren. HMmMmMmmm!!!!

Hier in alle rust konden wij eens even gaan kijken wat nou het probleem was met de Daf. Dus terwijl Clint op onderzoek uit ging kon ik eventjes door het bos heen gluren.

hmm. niks te zien

De rem van de Daf leek verder in orde. Weetje, misschien zit er gewoon iets dwars. Je moet het er gewoon uit rijden. Dus dat deden we:

(let niet op de tijdstempel, die klopt van geen kant)

Maar nee, het geluid was er nog. Met nadere inspectie bleek:

Ohw… Da’s niet goed. De pendel arm zat een scheur van jawelste in. Deze arm heeft al eens een opdonder gehad toen Clint tijdens het rijden zijn achterwiel verloor.
We zien wel hoe de rit verder gaat. Hij lijkt nog gewoon te rijden.

Met de auto in elkaar hebben we nog even gauw een stukje in het bos verkend. Zoekend naar de bron van al die rare geluiden.

De Darien Gap is er niks bij.

Echter niet zo ver van ons kamp vonden wij een scala aan dit soort ongein:

Niet alleen waren het botten. Ze waren ook nog eens in het stereotype cartoon formaat bot.

Enkele meters daar vandaan zat dit in de grond:

En m’n maat wou in de eerste instantie daar in dat bos gaan liggen kamperen. Ik denk welliswaar dat we de woning van Bigfoot gevonden hebben.

Anyway, na nog even achterlijk getennist te hebben, Clint uit zijn depressie geholpen te hebben van zijn kapotte achterbrug, en de boel weer ingepakt te hebben konden we weer verder.

Eventjes nog een kliekje vanuit de struiken:

En zo waren we weer terug op het asfalt, of “Tarmac” hoe de Britten het zo mooi kunnen noemen. Opweg naar Mablethorpe.

Zelf iets toe te voegen aan mijn verhaal? Laat het weten!
sdfsdfsdfsdfsfdgdfgdfgdfg