Nu het to-do lijstje kleiner begint te worden kan het één en ander langzaam aan weer terug op zijn plaats worden gezet terwijl de laatste dingen worden opgeschoond.

Om te beginnen: De ontsteking.
De unit zelf was eigenlijk nog in prima staat, dus een beetje poetsen, en hij zag er weer uit als nieuw.

De laatste weken voordat het blok eruit ging klonk er telkens een raar schrapend geluid wanneer het blok stationair liep. Ook wilde de wagen lastig koppelen toen deze uit de stalling werd gehaald. Wat bleek, meer dan de helft van de koppelingsschoenen waren vastgeroest. Het hele zooitje is dus maar vervangen voor gloednieuwe schoenen, met veren, ringetjes en al.

De asjes waar de schoentjes op zitten zijn gepolijst en iets ingevet zodat er zo min mogelijk wrijving is en de schoentjes optimaal werken. Waar je bij de oude flink wat kracht moest zetten om ze te bewegen, zie je ze hier al uit zichzelf omlaag bungelen.

De veren moeten om en om erin gehaakt worden. (buitenste gat, binnenste gat) Waarom? Nou, hoe verder naar binnen, hoe minder veerkracht erop staat. Hierdoor grijpen er eerst 4 schoenen aan voordat de rest allemaal aankoppelt. Tot zover ik weet is dit gedaan om het aankoppelen tijdens het optrekken wat comfortabeler te laten verlopen zodat de auto niet in één ruk van zijn plek komt. Te vergelijken met de koppeling rustig laten opkomen bij een schakelbak.

En het resultaat.

Voor:

Na:

Zie hoe de borgpennen met de open kant naar buiten moeten richten. Waarom? Nou, doe je dat niet dan vliegen ze er allemaal vanaf zodra je gas geeft. Heel belangrijk dus.

Ook aan te raden is om tussendoor even een pleister te verwisselen, mocht je die op een vinger hebben zitten.

Tis net alsof je terugkomt van vakantie!

Het stuurhuis die ik in m’n vorige verslag heb laten zien kon intussen ook weer netjes op zijn plaats gezet worden.

Met dat gedaan was het nu tijd om de kachelpotten op te lappen!

Deze zijn eerst volledig gestraald. D.m.v. een permanent marker kon ik makkelijk aangeven waar nog lak zat.

Maar niet alleen de potten konden in de lak. Ook het hotspotpijpje mocht eindelijk het stof vanaf geblazen worden zodat deze dadelijk ingebouwd kan worden.

Een hotspotpijpje?” Hoor ik je denken. Ja. Dat is een pijpje dat hete uitlaatgassen via een secundair kanaal terug naar het inlaatspruitstuk stuurt zodat deze wordt voorverwarmd door de uitlaat. Bij veel Dafjes gaat het spruitstuk op ten duur lekken waardoor je deze gassen kan ruiken. Wat doet men om een kapot inlaatspruitstuk te fixen? Nog meer kapot maken natuurlijk, door de pijpverbinding gewoon door te knippen en af te dichten. Beunhazen…

Kortom, ik wil dat weer terug hebben naar normaal en kon niet wachten tot dit moment aanwezig zou zijn.

Het pijpje zelf was volbestickerd. Niet mooi, dus stralen die hap!

Beetje hittebestendige lak erop, en voilá!

Ook de kachelpotten hebben uiteraard een speciale hittebestendige lak ontvangen die tot temperaturen van welliefst 2000 graden zijn bestand.

En het resultaat:

Volgens mij drinken wij teveel bier.

Zo. Die kunnen er weer tegenaan. Zoals je ziet op de bovenste foto, zit het dichtgeknepen pijpje er nog op. Een nieuwe erop lassen gaat lastig. Echter een nieuwe kachelpot kost meer dan €300,- Hoe lossen we dat dan op? Daar kom ik op terug in het laatste verslag.

Met die gedaan, is het nu tijd voor een vrij opvallend onderdeel van de motor:

De luchtkappen

Deze zorgen voor de doorstroom van de lucht door het blok heen, en naar de kachel van het interieur. Normaal zijn deze zwart. Echter wilde ik een beetje onorthodox zijn en ze cobalt blauw maken, zoals de beugels e.d. ook waren gespoten. Dat het niet origineel is daar heb ik lak aan. *Ba Dum Tsssch*

Dus, eerst even flink wat verf afbijt met een staalborstel:

Ze waren helaas net iets te groot voor de straalkast, maar dit voldeed ook prima.

Hoppa! lak erover!

En als laatste qua spuitwerk werd het luchtfilter nog even nieuw in de lak gezet. Bij toeval is deze ook echt met het laatste beetje verf in de bus gespoten. De spuitbuis was hierna helemaal leeg. Hetzelfde gold voor de blauwe spuitbus overigens.

Op de luchtpijp van dit ding zit een sticker die aangeeft hoe je de de zomerstand of winterstand kan schakelen. Deze stickers worden niet meer gemaakt en vond ik dus zonde om eraf te halen. Dus, ik heb voor het spuiten heel voorzichtig de boel afgeplakt zodat dit gedeelte onaangetast bleef.

Good as new.

Dat betekend dat vanaf hier al het spuitwerk af is, en het blok weer in elkaar kan! Dus!

Assembleren die hap!

Nu het blok weer in elkaar gaat, worden er gelijk een aantal dingen vervangen. Om te beginnen de bobine. Dit was puur uit voorzorg gedaan, dus die oude bewaar ik als reserve omdat deze mogelijk nog gewoon goed is.

Ook een gloednieuwe brandstofpomp kon hieraan niet ontbreken.

Gek genoeg paste de pakking niet. Dus moest ik deze nog even op maat knippen.

En we kunnen weer pompen!

Ook de oliekoeler kon weer herenigd worden met het blok. Uiteraard met nieuwe koperen ringetjes ter afdichting.

Origineel zit er een zwarte lak over de koperen leiding heen. Maar ik vind dit veel mooier. Ik bedoel, hoe vaak zien wij dat überhaupt nog in auto’s?

Als laatste kon het inlaatspruitstuk er weer op, en heeft het blok eindelijk weer degelijke handvatten om hem aan beet te pakken.

Een spruitstuk revisieset heeft alle nieuwe pakkingen en rubbers die nodig zijn.

De boutjes mochten echter wel wat langer zijn. Ach, gelukkig hadden we zelf nog wat liggen.

Vervolgens kon de houder van de vacuümklep erop die makkelijk met 2 boutjes… oh.

Shit.

Blijkbaar is mijn spruitstuk van een ander jaartal…

Achja, dan maar doorboren die hap.

Weg, maagdelijke laklaag.

Afijn, aanschouw het geheel!

Nog slechts twee kachelpotten erop met een waaierkap, en het blok kan weer onder de wagen hangen.

Tot slot één dingetje waar ook tijdelijk even een oplossing voor geboden moest worden, was de bron van alle roest die mijn bodemplaat teisterde: Een lekke raamsponning.

Ik ben geen voorstander van deze methode, maar omdat ik geen tijd had om het plaatwerk fatsoenlijk aan te laten pakken, heb ik de raamrubbers rondom maar met rubber kit vol gespoten. Het wint geen schoonheidsprijs, maar het werkt. Op een dag laat ik het goed oplossen. Tot die tijd roest in elk geval mijn bodemplaat niet weg, en blijft het vocht ook weg bij de raamsponning zelf.

Die sanitair kit die ik voorheen gebruikte was immers niks.

Tot zover het op één na laatste reparatieverslag van de deelrevisie. In het laatste deel gaat het blok er weer terug in. Of dat allemaal soepel gaat? Daar kom je gauw genoeg achter. Tot dan!

Zelf iets toe te voegen aan mijn verhaal? Laat het weten!
sdfsdfsdfsdfsfdgdfgdfgdfg