En het verhaal gaat verder!

Deel 2 van de deelrevisie

Waar waren we gebleven, oja, Clint en ik hadden allebei een hernia van het omlaag tillen van het blok. Met deze uitgeladen op de werkbank kon het echte werk gaan beginnen. Alles er af, oplappen, en weer terug plaatsen.

Op de werkbank ernaast konden alle losse onderdelen mooi op worden uitgestald. Dit werd het “to-do” hoekje. Pas als dit bureau leeg is, ben ik klaar.

Ook het gereedschap mocht zich gaan thuisvoelen.

Ik kreeg trouwens een klein deja-vu momentje. Want precies een jaar geleden stond het blok van de wagen van Clint op dezelfde werkbank:

Goed, als eerste kon de waaier er af. Voor een tweede keer werd ik verbaasd aangekeken door een verontwaardigde waaier.

De waaierkap zelf was een kwestie van 6 boutjes losdraaien, dus stelde niet zoveel voor. Meteen leek het er al op alsof de helft van het blok al was weggehaald.

Ondertussen in de kerkers van het St. Doorne Kathedraal… Onee wacht, dat is de motordrager.

Toen deze ranzigheid begon, was de lucht nog schoon en seks nog viezer dan dat dit ding nu is.

Iets minder vrijgevig waren de kachelpotten. Deze lompe dingen waren nu aan de beurt. Eerst cilinder 1. Het had wat rammen nodig, maar na een harde klap sprong de pot los en kon deze worden weggenomen.

Dan mocht nu cilinder 2 de eer krijgen. Deze zal net zo makkelijk gaan toch?

Fout.

Met dezelfde behandeling als die wij cilinder 1 gaven, gaf dit ding geen kick. Ineens kwam het trauma met de stuurkogels weer naar boven drijven. Weetje, laat maar even zitten. We doen eerst de rest wel en bewaren deze voor later.

Zo gezegd zo gedaan. Zonder enige problemen kwam het inlaatspruitstuk wél los. Ook kregen wij eindelijk die lompe dwarsdrager er af. Allemachtig wat zat dat ding in de weg. Opgehoepeld! En zelfs dan nog braken wij onze nek telkens over dat ding omdat vanwege zijn lompe omvang en onbalans dat ding nergens goed neergelegd kon worden. Stuk ellende.

Vervolgens, om het blok wat makkelijker te kunnen draaien, ging de koppeling er af.

Ook dit was een kwestie van een paar bouten en moeren rondom losdraaien. Echter kregen wij dit ding nauwelijks los van het blok. met behulp van veel beitels en schroevendraaiers kregen wij deze nog geen 5 millimeter gespreid.

Ik weet niet hoe dat ding daar op geperst zit, maar volgens mij hebben ze zoveel druk gebruikt dat daardoor een koude las is ontstaan. Want we zaten te meppen, en te wrikken. Niets kon dit klote ding er af krijgen.

Dan maar plan B proberen, een soort-van gereedschapsding maken die wat dikker is zodat we met grof geweld die twee hompen gietijzer kunnen spreiden. Clint greep de slijptol, en beunde een beugel in een extravagante spreider.

Dan verwacht je dat ie nou wel los moet komen. Ha! grapjas. Natuurlijk niet. Het enige wat er gebeurde was dat dit stuk ellende zichzelf met een kracht van honderd goden naar de andere kant van de kelder bonjourde bij iedere ram die we er op gaven.

Omdat dit dodelijke projectiel geen oplossing bood, moesten we toch maar wat anders doen. Weetje, laten we nog maar even wat beter kijken of wij geen moeren over het hoofd hebben gezien.

…Ik kan wel janken…

Ken je dat? Dat gevoel dat je graag een gepeperde stoeptegel wil doorslikken en daarna met je blote aars op een cactus wil gaan zitten? Nee? Oh. Nou… dat krijg je in elk geval hier van.

Achter 5000 kilo smerige rotzooi zat het laatste moertje verscholen. Na deze los te hebben geschroefd pleurde de koppeling al uit zichzelf van het blok af.

Tadaa!

Bitch

Met dit drama achter de rug werd het toch maar weer eens tijd om verder te kijken naar die kachelpot. Ja, we hadden echt alle boutjes en moertjes los.

Gewapend met dezelfde set beitels en schroevendraaiers begonnen wij aan de pot te timmeren.

Ik weet nooit waarom trouwens, maar elke keer als er iets tegen zit begint de top40 in mijn kop te spelen. Wellicht komt het doordat ik over het algemeen een schrufthekel aan die muziek heb omdat ik er iedere dag op kantoor naar moet luisteren, maar in elk geval associeert mijn brein blijkbaar irritaties met de top40.

Je kan je dus voorstellen dat een al irritante situatie, buitenproportioneel irritant wordt zodra die achterlijke Ed Sheeran met z’n nieuwe plaat over iemands dikke kont in je kop begint te zeuren. Rot op jij!

Anyway dat terzijde, De halve werkplaats was intussen al door die kachelpot geramd. Zelfs met houten wigjes kregen wij de boel niet gespreid. Onze prachtige -maar gevaarlijke- beunbeugel (waarom herkent de browser dit als een woord!?) paste er nog niet tussen dus was volkomen nutteloos.

We gaven het op. Dat ding verroerde zich geen milimeter, en we hadden nergens de ruimte om er goed tegenaan te kunnen slaan zonder daarbij het blok te beschadigen.

Na rondgevraagd te hebben bij de Daf Facebook pagina kwam zo beetje als enige conclusie er uit dat het hele motorblok of cilinderkop vervangen dient te worden als je zo’n pot die vast zit er af wil hebben. Echt waar, dat is geen grap.

Nou, dat gaan we dus even niet doen hé. Kom nou. Ik kan mijn halve auto gaan vervangen straks. Zit de stuurkogel vast? Vervang de volledige wielophanging vooraan. Krijg ik het interieurlampje er niet uit? Hup, nieuw interieur er in. Doet mijn auto kut? Hup, vervangen voor een Punto…. Wacht.

Afijn, ik had even een moment nodig om na te denken over hoe ik dit zou kunnen oplossen. Wordt vervolgd dus.

Ondertussen had Clint een fles Dasty gehaald voor de toekomstige schoonmaak-werkzaamheden. Een kleine proef zag er al aardig belovend uit.

Straks wordt het hele blok zo ;_;

In elk geval konden wij nog wel even de koppeling zelf uit elkaar trekken. Deze bestaat uit 8 schoentjes die met veren aan elkaar verbonden zitten.

Deze schoentjes horen enigszins flexibel te kunnen bewegen omdat ze door de centrifugaalwerking naar buiten worden geslingerd. Echter kwamen wij er meteen achter waarom dat blok van mij zo’n raar geluid af en toe maakte bij stationair, en waarom het blok zo raar deed toen wij hem uit de stalling haalde.

Want, van de 8 koppelingsschoenen zaten er 5 muurvast geroest. Vijf! Hoe is het mogelijk dat ik überhaupt nog vooruit kon komen? Er was geen beweging in die schoenen te krijgen. En zelfs na het lossen van de veren vergde het veel kracht om ze heen en weer te wiebelen. Kortom, die hele bende zat vast geroest. Maar goed dat ik het allemaal van plan was om te gaan vervangen.

Na veel kruipolie, WD40 en heen-en-weer gewrik kregen wij uitendelijk alle schoentjes los.

Puinzooi

Dan kon nu het laatste attribuut van het blok af. (m.u.v. de kachelpot natuurlijk) de benzinepomp. Deze werd geheel vervangen.

2 moertjes, en los was hij.

Wel grappig, zelfs het plastic tussenstukje heeft het Daf logo er in gedrukt.

Om te voorkomen dat er straks allemaal schoonmaakmiddel en vuil in het blok terecht zou komen, heb ik de opening afgedicht met een stukje karton, de oude pakking, en wat grote moeren om het draad op te vullen en aan te kunnen draaien.

Dan kan nu de schoonmaak beginnen!

Voordat ik bezig kon ben ik eerst nog even langs de Action gefietst om allemaal schoonmaakzooi in huis te halen. Ik kwam er helaas alleen thuis pas achter dat 1 bus remreiniger niet voldoende was, dus ik kon wéér heen en weer fietsen om nog eens zes bussen te halen.

De laatste keer dat die handschoenen zo wit zullen zijn.

Al na een paar minuten poetsen was er een aanzienlijk resultaat om waar te nemen:

Nu pas valt het op hoe ontzettend smerig dat blok eigenlijk is.

Ook de assen van de koppelingsschoenen zijn meteen ontdaan van alle roest, vuil en andere smerigheid en zijn weer spiegelglad gepolijst.

Hoe meer naar onderen werd schoongemaakt, hoe beter het verschil te zien was.

Ik was eerst van plan om het hele blok te gaan spuiten. Maar mij viel al direct op dat er teveel kleine hoekjes en gaatjes op dit blok zitten om dit te kunnen doen zonder dat de verf er direct af valt. Daarvoor moet dus het hele blok uit elkaar en in een ultrasoon geflikkerd worden. Dus ik bewaar deze droom maar even voor wanneer het blok ooit volledig wordt gereviseerd.

Van de losse onderdelen werd de carterontluchting als eerste aangepakt. Ook deze wou ik eerst spuiten, en kon ik ook doen. Maar zeg zelf, het gepoetste resultaat is toch veel mooier?

Voor:

Na:

Omdat het inlaatspruitstuk mogelijk lek was, en ik de terugloop van de uitlaat (a.k.a. hotspot) weer wou verbinden, heb ik een nieuw spruitstuk gekocht om mooi te maken. Het originele wordt dus niet aangepakt, maar zal ik wel bewaren voor het geval dat.

Deze moest echter wel eerst even van zijn originele laklaag worden ontdaan omdat hij jaren in een vochtige garage had gelegen, wat mogelijk voor roest kan zorgen.

Met wat agressieve verf afbijt was de lak er zo van af te borstelen.

Het resultaat:

Het einde van de dag was inmiddels aangebroken en het was tijd om weer naar huis te gaan. Te lang doorgaan is ook niet goed, want dan lig ik ‘s avonds half in slaap nog steeds door te sleutelen, wat uiterst vermoeiend is omdat ik in werkelijkheid in bed lig en helemaal niet in de kelder ben.

De volgende dag zou er weer genoeg te doen zijn. Sterker nog, zelfs de manier van documenteren zou nog extra werk in gaan zitten, want ik ga mijn eerste poging wagen om een videoverslag te maken. Tot dan!

Zelf iets toe te voegen aan mijn verhaal? Laat het weten!
sdfsdfsdfsdfsfdgdfgdfgdfg